Please update your Flash Player to view content.
Chili 2005
INLEIDING
2 januari - 23 januari 2005

Dit is de eerste grote plantenreis die ik onderneem. Ik heb in het verleden reeds meerdere arboreta, plantentuinen en natuurgebieden in Europa bezocht. Maar dit is de eerste uitstap om naar planten te gaan kijken in hun natuurlijk habitus buiten Europa.
Voor deze uitstap ben ik in goed gezelschap : Bart De Backer, Rob van Bauwel en Wim Lauret. Mijn collega lesgevers van een aantal tuincursussen die wij op zaterdag voormiddag hebben gegeven in het provinciaal domein, Rivierenhof.

Het voordeel van een bezoek aan Chili is het feit dat hier vele klimaatzones aanwezig zijn. Dus er groeien in Chili planten die ook in onze tuinen kunnen groeien. Chili is immens zeer lang en bevat dus vele verschillende klimatologische gebieden. De lengte van Chili is gelijk aan de afstand van de Noordkaap in Noorwegen tot Gibraltar in Zuid-Spanje. Anderzijds is Chili nergens breder dan 130 km. De Pacific Oceaan aan de ene zijde en besneeuwde bergen van de Andes aan de andere zijde. In het noorden bevindt zich de droogste woestijn ter wereld terwijl de oceaan zo dicht bij is. In het centraal gedeelte is er een mediterraan klimaat en naar het zuiden, richting Patagonie, is er zeer veel regen en wind en naderen wij de Zuidpool. Tussen Patagonie en het mediterraan gedeelte ligt ook nog het gematigd ‘Valdiviaans regenwoud’. Dit is geen tropisch regenwoud, maar een gematigd regenwoud. Regenwoud, wil simpel zeggen : bos met heel veel regen.
Na onze landing in Santiago is mij bij gebleven dat in deze grootstad van 4 miljoen inwoners slechts zeer sporadisch een boekenwinkel te vinden is. In Santiago is het in de maand januari overdag gemakkelijk 35°C. Nog een reden om in januari naar hier te komen.

Voor ons transport hebben wij een pick-up gehuurd. Het idee is om in de verschillende natuurparken onze tentjes op te zetten en tussendoor hier en daar ook eens op hotel te gaan. Onze reisweg bestaat uit een trip die ons uiteindelijk ca 1000 km zuidelijk van Santiago zal brengen. Dit is de regio waar de meeste planten voorkomen die ook in Belgie kunnen groeien. Hieronder bespreek ik enkele van de natuurgebieden die wij bezocht hebben.
 
PARQUE NACIONAL CONGUILLIO
Ten zuiden van de Rio-Bio-Bio begint het Chileense merengebied.
In het Noorden van het ‘Lake District’ ter hoogte van de stad Temuco ligt het nationaal park van Conguillio dat gedomineerd wordt door de 3125 m hoge Llaima vulkaan. Deze is, gemiddeld, om de 10 jaar nog wel eens actief. Dit is dan ook direct afleesbaar aan het landschap in dit park. Van climax vegetatie direct naar pionieersvegetatie op enkele meters afstand van elkaar. Dit is een bijzonder extreme vegetatie overgang.
Wij kamperen in het park op een leuk plekje, aan de rand van het Lago Conillio.
De meest indrukwekkende boom van dit park is de Araucaria araucana. In deze naam kan men duidelijk de Mapuche origine horen. De Mapuche zijn de oorspronkelijk, voornamelijk nomadische, indianen van deze regio. Deze bomen vormen in dit park dikwijls de eerste planten die terug keren op de lavavelden die ontstaan na de zoveelste vulkaan uitbarsting. Deze araucaria’s kunnen hier tot 40 meter hoog worden. Als ondergroei treden ondermeer Notofagus soorten op. Later gevolgd door Chusquea culeou, Buddleja globosa, Embothrium coccineum (Chilean fire bush), Austocedrus chilensis en Ribes magillanicum.





De meest indrukwekkende boom van dit park is de Araucaria araucana. In deze naam kan men duidelijk de Mapuche origine horen. De Mapuche zijn de oorspronkelijk, voornamelijk nomadische, indianen van deze regio. Deze bomen vormen in dit park dikwijls de eerste planten die terug keren op de lavavelden die ontstaan na de zoveelste vulkaan uitbarsting. Deze araucaria’s kunnen hier tot 40 meter hoog worden. Als ondergroei treden ondermeer Notofagus soorten op. Later gevolgd door Chusquea culeou, Buddleja globosa, Embothrium coccineum (Chilean fire bush), Austocedrus chilensis en Ribes magillanicum. 


Araucaria araucana


Embothrium coccineum

Buddleja globosa

Ribes magellanicum
 
PARQUE NACIONAL HUERQUEHUE


Ten zuiden van PN Conguillio ligt het kleinere PN Huerquehue. Wat een mooie, maar moeilijk uitspreekbare, naam. Hier bekijken wij iets beter de diverse notofagus soorten. Wij treffen hier en in het nabij gelegen PN Villarica vijf verschillende soorten aan. De lagere soorten zijn Notofagus antarctica en Notofagus pumilio. Deze hebben beide een klein blad van ca 3 cm lang. De N antarctica zijn blad is onregelmatiger gevormd. De bladrand van N pumilio is een mooi, perfekt regelmatig, dubbel gezaagd tussen de zijnerven. Zowel N pumilio als N antarctica zijn bladverliezend. 


Notofagus antarctica & pumilio

Araucaria met ondergroei van N. pumilio

Het blad van Notofagus obliqua is iets groter, tot 6 cm lang, en net als N antarctica vrij onregelmatig gevormd. Deze soort kan mooie grote bomen vormen die meestal lager in de vallei voorkomen. Deze vormen dan overhangende takken.

De grootste notofagussen zijn Notofagus alpina en Notofagus dombeyi. N dombeyi is de grootste wintergroene notofagus soort. Het blad is smal en langwerpig, donkergroen en tot 3 cm lang. Bij jonge planten zijn er op de dan nog groene stam duidelijk lenticellen te zien. De takken staan ook vrij regelmatig, bijna horizontaal ingeplant op een duidelijke hoofdstam. De oudere bomen kunnen enorm groot en dik worden. Zeer typisch is de wolkjesvorming van de gehele kruin. Tussen de takken kan dikwijls veel vrije ruimte voorkomen om dan aan de takeinde zeer dicht, veel blad te vormen. Dit geeft aan deze bomen een zeer typisch uiterlijk.


Notofagus obliqua

Notofagus dombeyi


De notofagus met het grootste blad is Notofagus alpina. Dit bladverliezend blad kan wel 10 cm lang worden en heeft een duidelijke nervatuur. Dit zijn eveneens zeer grote bomen. De bast is wel veel lichter als deze van N dombeyi.

In deze regio treffen wij ook meerdere coniferen soorten aan. Van het moeilijke, uitgebreide geslacht Podocarpus diverse soorten. Aan de juiste determinatie is bijna geen beginnen aan. Een fraaie conifeer die iets weg heeft van onze taxus is Saxegothea conspicua. De vruchtvorming is echter totaal anders.

Notofagus alpina

Saxegothaea conspicua
 
PARQUE NACIONAL VILLARRICA
Dit is een van de meest toeristische natuurparken. Er kan hier dan ook winter en zomer geskied worden. Wij verkennen het gedeelte vlak bij de grens met Argentinie waar 3747 meter hoge Lanin vulkaan pal op de grens ligt. 

Gunnera magellanica


Berberis darwinii
 
PARQUE NACIONAL DE CHILOE
Chili 2005

Gunnera direkt aan de kustlijn van de Pacific Ocean


Ten zuiden van Puerto Montt ligt het tweede grootste eiland van Chili en Zuid-Amerika, Chiloé. Het grootste eiland van Chili is Vuurland dat helemaal in het zuiden ligt. Chiloé heeft vele typische, houten kerkjes, die hier in de achttiende en negentiende eeuw zijn gebouwd. Wij bezoeken het NP De Chiloé en treffen hier een prachtige kustlijn aan. De eerste merkwaardige plant in dit duinenlandschap is Gunnera manicata. Daartussen groeit als bodembedekker ook nog Gunnera magillanica. Deze is maar enkele cm hoog terwijl de eerste soort gemakkelijk 1 meter hoog kan worden hier aan de kust. Dieper landinwaarts wordt deze nog hoger als hij meer beschut staat. Dat Gunnera manicata hier in de duinen groeit wijst erop dat hier extreem veel neerslag voorkomt want dit is een plant die niet tegen droogte kan.
Hoger op in het park komen wij hier ook nog een endemische conifeer tegen : Pilgerodendron uviferum. Typisch zijn de blaadjes die mooi regelmatig langs 4 zijdes op de bladsteel staan ingeplant. 

Luma apiculata

Bijna alle bomen hier zijn helemaal overwoekert met epifyten. Planten die groeien op andere planten. Slechts enkele soorten lijken hier aan te ontsnappen. Bijvoorbeeld de Luma apiculata met zijn heel zachte, mooi oranje gekleurde, bast. Deze soort heeft een typisch, donker groen, stug, wintergroen blad om aan de vele stormwinden hier te kunnen weerstaan. Vele soorten hebben hier een relatief klein, stevig, meestal donker groen blad. Deze planten zijn meestal ook nog wintergroen. De enigste wintergroene plant met een groter blad is Drymis winteri. Deze groeit in de gehele regio die wij bezocht hebben. Soms zelfs als echt grote bomen. Hier aan kustlijn echter als ‘Cromholz’ direkt aan de vloeidlijn. Dit is toch wel een zeer onverwachte lokatie. Dit wijst er echter op dat wij hier met een zeer mild zomer- en winterklimaat te doen hebben. 
 
PUMALIN
Het Pumalin natuurreservaat is gelegen in de Tiende regio van Chili, zuidelijk van de stad Puerto Montt. Deze stad is door Duitse emigranten in 1853 gesticht die zich hier mochten vestigen indien ze alle toegewezen land ontboste. Gelukkig zijn ze niet veel zuidelijker geraakt en treffen we ten zuiden van het Chileense Lakedistrict prachtige gematigde regenwouden aan tussen de stille oceaan  en het Andes gebergte.



Een groot stuk hiervan is rond 1995 door de Amerikaan, Douglas Tompkins, aangekocht. Het Pumalin park is nu ca 400.000 ha groot en daarmee het grootste private natuurreservaat ter wereld. Het park strekt zich uit van aan de zee tot aan de Argentijnse grens. Dit is een van reden geweest dat Douglas Tompkins in het begin zeer veel tegenwerking heeft gekend. Nu is het Pumalin park en zijn andere private natuur reservaten in Chili en Argentinïe ondergebracht in de conservation land trust (zie www.theconservationlandtrust.org). Het totaal oppervlakte van al deze natuurreservaten samen bedraagt meer dan 850.000 ha. Dus toch geen ontbossing, stort voor radioactief afval of een tweede Joodse staat maar gewoon bosbescherming met privaat geld. De berg geld voor de aankoop van deze bosrijke bergen is afkomstig van de verkoop van Douglas Tompkins gelang in het kledingmerk Esprit. Buiten vulkanen wordt het park recentelijk bedriegt door plannen om in de nabijheid stuwmeren met waterkrachtcentrales te bouwen met de bijhorende hoogspanningskabels.  
Het Valdiviaans, wintergroen, gematigd regenwoud  van Pumalin Park is misschien wel het mooiste bos dat ik ooit heb gezien. Zeer soortenrijk, vele epifyten, bamboe’s (Chusquea), Roodbladige- en andere varens (Blechnum chilense), 40 cm hoge mossen, Gunnera’s en mooie bomen. 












De oudste bomen van het park zijn zeker de statige Fitzroya cupressoides, Alerce tree, of lokaal lahuén genaamd. Dit zijn coniferen van 65 meter hoog, 3 meter doormeter en tot 3500 jaar oud. Een beetje de zuid-amerikaanse tegenhanger van de Sequoia sempervierens in noord-amerika. 

Bij de Notofagussen viel vooral het rood gekleurde, jonge schot, van de Notofagus nitida op, die hier zeer algemeen voorkomt. Ook verschillende Podcarpus soorten, maar daar is geen beginnen aan. Deze regio kent dus maar beperkte nachtvorst en zeer veel regen. Het park is perfect onderhouden, met vele educatieve wandelingen en mooie overnachtingsmogelijkheden. In 2005 telde men 7000 bezoekers. Dus geen pretparkachtige toestanden. De centrale weg doorheen het park is de enige weg naar het zuiden van Chili, de Carretera Austral. Deze komt via Galeta Gonzalo, waar het centraal bezoekerscentrum van het park is. Als je van hier naar het zuiden rijdt maakt de weg bij het verlaten van het park een omweg via de zee daar er een oude vulkaan in de weg ligt : Vulkaan Chaiten.
















Alerce’s mogen niet meer gekapt worden omdat zo zeldzaam zijn geworden. Deze boom werd vroeger massaal gekapt omwille van de uitzonderlijk hardheid van het hout waardoor het een van de favoriete houtsoorten was voor woningbouw. In het Pumalin park zijn alle nieuwbouw gebouwen voor overnachtingen, boerderijen, restaurant of bezoekerscentra, wandelwegen, de talrijke hangbruggen echter allemaal in Alerce hout vervaardigd. hoe kan dit ? Het is zo dat de dode bomen nog wel mogen verwerkt worden. Daar deze bomen gemakkelijk tot 100 jaar dood rechtop kunnen blijven staan in het bos is er dus nog steeds een grote voorraad.
 
UITBARSTING VULKAAN CHAITEN, 2 MEI 2008

Aanvulling op ons bezoek van januari 2005 aan het stadje Chaiten. 

Deze vulkaan, die voor het laatst acief was in 7420 voor Christus (dan wel gedurende 75 jaar) ligt vlak bij het gelijknamige stadje. Deze buitenpost, waar ca 4000 man woonde, werd dus op 2 mei 2008 opgeschrikt door een vulkaan uitbarsting met een stofwolk van ca 16 km hoog. Na één week beslist de Chileense staat om de gehele stad te ontruimen. Voor satelliet beelden van deze uitbarsting en de inpakt van de uitbarsting zie : http://earthobservatory.nasa.gov/NaturalHazards/natural_hazards.
De hele omgeving en dus ook het zuidelijk gedeelte van het Pumalin park liggen nu onder een dikke laag as. In de stad Chaiten zijn de meeste huizen verdwenen onder een laag as en/of modder. Het vliegveld is een meanderende rivier geworden en de centrale hoofdstraat is nu een wilde rivier die vele huizen heeft weggespoeld. Dit alles is een catastrofe voor de lokale bevolking, economie en ook voor het prachtige ecosysteem dat wij hier aan treffen. In de eerste weken kwam as-wolk tot aan de Argentijnse hoofdstad Beunos Aires, 1550 km verder. Op de satelliet beelden kan je ook zien hoe het water van bepaalde meren in Argentinie intenser blauw verkleuren door de gewijzigde minerale samenstelling. Door deze wijziging in minerale samenstelling heeft het water een andere brekingsindex voor het invallende licht en dus een andere kleur.

De toekomst van het zuidelijk gedeelte van het Pumalin park is dus zeer onzeker zolang deze vulkaan actief blijft. Hoe de Alerce’s en de vele ander boomsoorten gaan reageren bij deze massale minerale verrijking (vergiftiging) is maar de vraag. Bij kleinere uitbarsting in de meren regio, bv vulkaan Llaima in park Conguillio, bleek dat vegetatie na een uitbarsting weelderiger groeide. In Pumalin park vrees ik echter dat op vele plaatsen de vervuiling te groot gaat zijn en dat er massale boomsterfte gaat optreden. Ik ben wel benieuwd welke boomsoorten daarna de pioniersrol gaan opnemen. De Araucaria’s, de pionier rondom de vulkanen meer noordelijker, komen hier niet meer voor. Misschien Notofagus pumila, al hebben wij deze hier bij ons bezoek ik 2005 niet gezien. Maar toen bezochten wij een bos in een climax situatie.