Please update your Flash Player to view content.
Noord Griekenland 2011
26 september - 2 oktober

De uitstap met ‘The International Oak Society’ heeft mij naar een verrassend groene regio in Noord Griekenland gebracht. Deze streek is bergachtig met enkele prachtige meren. Meerdere eikensoorten domineren de bossen die vele soorten rijker zijn dan de bossen in Noord-West-Europa.

Voor deze studiereis volgen wij vanaf de havenstad Igoumenitsa, plus minus de grens met Albanie tot aan het drielandenpunt met Macedonië. Het prettige aan een bomenreis is in een internationaal gezelschap is het feit dat iedereen een inbreng heeft vanuit zijn achtergrond dit leidt tot een interessante symbiose van al deze kennis. Wij hebben dan ook met 15 man/vrouw een weekje een boom opgezet over de eiken.

De eerste eikensoort, die in het oostelijk gedeelte van het middellandse zee bekken algemeen voorkomt, is de steeneik of Quercus ilex. Deze wintergroene eik is echter nergens de dominante boomsoort. Langsheen de kuststreek in de macchies komt hij soms wel boven vele wintergroene heesters uit. 

Een andere wintergroene eikensoort die wij hier ontdekken is Quercus coccifera. Deze zien wij ook nog meer landinwaarts. Aan de kust zijn het voornamelijk kleinere bomen of struiken. Misschien zijn hier alle mooie exemplaren in het verleden reeds gekapt. Meer landinwaarts hebben wij echter enkele zeer fraaie grote bomen ontdekt. 

 Quercus macrolepis

De meest spectaculaire eikensoort van de kuststeek is echter de Quercus macrolepis. Deze soort vormt grote bomen met indrukwekkende kruinen en echt spectaculaire eikels. Het zijn voornamelijk de uitzonderlijk grote napjes die indruk maken. Deze eikensoort hebben wij enkel langsheen de kust gezien. 

 Quercus marcolepis
Enkele andere typische macchie soorten die wij tussen Igoumenitsa en Praga op de archeologische site van Dymokastron en omgeving zien, zijn : Phillyrea latifolia (steeneik), Cercis siliquastrum (judasboom), Viburnum tinus, Sambucus ebulus en Arbutus unedo. Ook Pistacia terebinthus en Pistacia lentiscus komen hier veelvuldig voor. Wij vinden hier ook enkele mooie exemplaren van de wilde perensoort : Pyrus amygdalifromis. Bij de coniferen is Cupressus sempervirens de soort die hier blijkbaar het beste de droge zomer kan verdragen. In de vallei, waar er in de ondergrond altijd nog een minimum aan water is  te vinden treffen wij Platanus orientalis aan. Deze bomen zijn zeer groeikrachtig. Ook al stookt de lokale jeugd in de holle binnenkant van een oud exemplaar een kampvuurtje of maakt men er een Orthodox kapelletje in. Deze boomsoort mag niet meer gekapt worden. 

Platanus orientalis  Pinus halepensis

Een fraai knolgewas dat nu in bloei staat, na de grootste hitte van de zomer en bij de eerste regenbui, is Urginea maritima. Deze mooie witte bloemen zijn circa een meter hoog.

De mooiste boom langsheen de kust is voor mij echter een den met licht groene naalden. Deze conifeer heeft blijkbaar helemaal geen last van het zoute water of de extreme droogte in de zomer. Het betreft de Pinus halepensis.

De volgende dagen trekken wij het binnenland in. De macchie met zijn zeer gesloten vegetatie, van overwegend wintergroene heesters, maakt plaats voor echt bos. In de bergstreek van het Zagoria gebied is de Vikos Gorge het eerste echte hoogtepunt. 
Het is een zeer spectaculair landschap in een mooi bewaard gebleven streek. Hier komen ook de zogezegde pancake rotsen voor, een afzetting van diverse lagen kalksteen boven op elkaar.

Hier zien wij onze volgende eikensoorten. Quercus frainetto (hongaarse eik) met zijn mooie langwerpige eikels en fraai, regelmatig en diep ingesneden bladeren. Daarnaast ook Quercus cerris (moseik) met zijn gewimperde knoppen.
  
Quercus frainetto

Naast de eiken die deze bossen domineren treffen wij hier ook enkele esdoornsoorten aan. Acer monospessulanum is van de esdoorns hier het meest aanwezig. Hier en daar ook een esdoorn met  een veel groter blad : Acer opalus. De onderzijde van dit blad is egaal, dens behaard. Ook Acer campestre, erg gelijkend op Acer monospessulanum komt hier in deze bossen voor. De zaadzetting is echter anders. Bij Acer campestre staan samaras (zaadvleugels) in een lijn uit elkaar terwijl deze bij Acer monospessulanum in een hoek naar binnen staan ten opzichte van elkaar. Bij Acer campestre zit er in de bladsteel ook melksap

 Acer opalus

Ook de Ostrya carpinifolias komen hier veel voor en groeien uit tot fraaie boompjes en ze dragen dit najaar volop zaad. Zij hebben hier wel last van droogtestress.
De Carpinus orientalis komt hier heel regelmatig voor, in deze soortenrijke bossen, en vormt meestal een grillig gevormde, doorgeschoten, heester. Ook zij dragen volop zaad, maar in tegenstelling met Ostrya waar het zaad in een gesloten zakje zit kan je bij deze soort het zaad duidelijk zien zitten.
Ook hier vinde wij enkele opmerkelijke knolgewassen. Naast de vele cyclamen het zeer klein slank bloempje van Sternbergia colchiciflora, dat amper boven het maaiveld uitkomt. Daarnaast ook Sternbergia lutea met zijn crocusachtige, grotere, bloemvormen. Beide soorten zijn uitzonderlijk egaal, fel geel gekleurd.

 

De volgende dag zijn wij vanuit het dorpje Vitsa de Vikos Gorge afgedaald tot aan de Voidomatis rivier. De regio is gekend voor zijn hele mooie oude boogbruggen over de rivier. Ik vermoed dat deze door de Turken zijn gebouwd. 



Tijdens deze, landschappelijk, mooie wandeling, door de Gorge, treffen wij nog enkele mooie planten aan in de koelte van de vallei, Fagus sylvatica, Ulmus glabra en Morus alba. Al is deze laatste soort ingevoerd, daar deze van origine een Aziatische boomsoort is. Ook Cornus mas staat hier met dikke, rode bessen. Bij de coniferen zien wij een drietal soorten : Juniperus oxycedrus, Picea alba en Abies cephalonica. Vitsa ligt op ca 1000 meter hoogte en tegen de avond voel je het dan ook duidelijk afkoelen. In de winter ligt er hier dan ook een dik pak sneeuw. 

 Ostrya carpinifolia

Ook hier treffen wij meerdere eikensoorten aan. Quercus pubescens, Quercus frainetto en Quercus coccifera. Net buiten het dorpje Vitsa op weg naar de Gorge staat nog een kleine orthodoxe kapel en daarnaast staat een zeer mooi exemplaar van Quercus coccifera. Tijdens deze reis treffen wij trouwens de dikste bomen meestal aan in de buurt van religieuze gebouwen. Dit is een duidelijke aanwijzing dat er in de meeste bossen, hoe natuurlijk zij er ook uitzien, toch aan houtkap wordt gedaan.  

 Quercus coccifera

Het dorpsplein waar wij ’s avonds van een biertje genieten, voor het zoveelste lekker avondmaal wordt gedomineerd door een imposante plataan. 


De volgende dag rijden wij op onze weg verder landinwaarts langsheen het dorpje Kalyvia (N 39 54 24 00 en E 20 38 47 00). Wij stoppen bij enkele fraaie bomen langs de kant van de weg. Vooreerst Ephedra fragilis. Dit conifeerachtig gewas heeft inderdaad meer weg van een klimplant. Ephedra hebben wij op meerdere plaatsen gezien, maar deze soort komt steeds zeer spaarzaam voor. Rond deze tijd van het jaar dragen de vrouwelijke planten, roze, besachtige vruchten. Hier staan ook enkele fraaie exemplaren van de Celtis austalis (zwepenboom). Een exemplaar heeft een stamomtrek van 2,8 meter.
De mooiste boom hier is echter een Quercus coccifera met een omtrek van 3,8 meter.
  Quercus coccifera

Wij passeren het stadje Konitsa en rijden doorheen de prachtige vallei van de Sarantaporos rivier. Meerdere bergen in de omgeving zijn hoger dan 2000 meter. In de winter valt er hier dus een flink pak sneeuw en dat kan je zien aan het door erosie gevormde landschap.
Vanaf hier komt Quercus trojana ook meer en meer voor. Deze kleine eikenboompjes hebben een zeer mooi, wintergroen blad en mooie, ligt stekelige napjes. Hoger in de bergen wordt Pinus nigra de dominante boomsoort. Ook Fagus sylvatica komt hier voor. Ik vermoed dat deze boomsoort hier de zuidgrens van zijn natuurlijk verspreidingsgebied bereikt. Meer naar het zuiden in Griekenland gaat deze boomsoort de hete zomers niet meer verdragen.
Na het passeren van de bergpas nabij het dorpje Neo Kotyli vinden wij de rode besdragende planten van de Crataegus orientalis.
 
De gele vruchten van Prunus cerasifera zijn heel lekker. Na een snelle lunch in Nestorio gaan wij op verkenning in de bossen nabij het stoffig dorpje Pefkos. Hier vinden wij besdragende planten van Sorbus torminalis. Ook Corylus avellana staat hier nog steeds in de bossen langs de kant van de rivier. Het
10 km verder op de weg gelegen ‘Kastoria national reconciliation park’ bezoeken wij echter om onverklaarbare reden niet. Hier staan flink wat indrukwekkende oude bomen bij elkaar. In de verte lonken de bergruggen van de Gramos bergen voor een grondige verkenning, dit is voor een volgende keer.
’s Avonds rijden wij door naar het toeristische stadje Castoria voor onze overnachting.
De dag daarop bezoeken wij het tweede hoogtepunt van deze reis : de Prespa meren.
Deze 3 meren liggen zowel in Albania, Macedonie als in Griekenland.
Het kleinere Prespa (Mikri Prespa) meer is maar 8 meter diep, het grotere Prespa meer is 35 meter diep. Zij liggen op 820 meter hoogte en zijn een van de tien belangrijkste Wetlands van het Middelandse Zee bekken. Dit is dus een zeer belangrijk vogelgebied. Ook al kijken wij naar bomen, toch zie ik hier onmiddellijk enkele, voor mij nieuwe vogelsoorten. Ondermeer de zeer indrukwekkende kroeskoppelikanen en de bewegelijke dwergaalscholvers. In deze meren komen 22 verschillende vissoorten voor waarvan er 9 soorten endemische soorten voor deze meren zijn. Ondanks de grote hoogte zijn de bossen hier minder weelderig dan rondom de Gramos bergen. 

 
Van Juniperus  excelsa en/of foettidisima zien wij hier zeer oude, karaktervolle exemplaren. Tussen deze monumenten groeien ondermeer Fraxinus ornus, Ostrya carpinifolia, Carpinus orientalis, Quercus trojana en Sorbus umbelatta met zijn bladeren die een mooie witte onderkant hebben. 

 Quercus trojana

Nabij het dorpje Psarades treffen wij ook Buxus op de noord georiënteerde hellingen aan. Deze hellingen zijn denser begroeid en hebben duidelijk minder last van de felle zon in de zomer. 
 Buxus rechts vooraan

’s Avonds logeren wij op het Agios Achilleas eilandje in het Mikri Perspa lake. Er staat, na een laatste sfeervolle wandeling op dit kleine eilandje, dan ook vers gevangen karper op het menu.
Wij bezoeken op het einde van deze week in Noord Griekenland ook nog de meteora en zijn klooster nabij Kalambaka. Daarna rest er enkel nog de terugreis naar België. Deze zal ik echter niet snel vergeten daar ik deze integraal heb mogen meemaken in de cockpit van een boeing 737. Net een kleine jongensdroom die eindelijk in vervulling ging.