WEST DEAN GARDENS - West Sussex, England, 2007
Dit prachtig landgoed ligt midden in het ‘South Downs’ heuvelland in zuidelijk Engeland. Niet ver van  de zuidkust van Engeland maar net buiten de klassieke tuingebieden en botanisch meer gekende domeinen. Het is echter een landgoed, in totaal 2590 ha groot, waar zeer veel te zien is. Vooreerst het imposante landhuis, daterend van 1804, dat helemaal is opgebouwd uit gebroken vuursteen. De siertuinen rondom dit landhuis die zo ongeveer 35 ha beslagen met ondermeer een perfecte pergola, ontworpen door Harold Peto. De volledig ommuurde moestuin met ondermeer 2,5 km geleid fruit en 16 verschillende historische serres. Deze tuinen zijn zeer zorgvuldig onderhouden. 




Er is na de vernielende storm van 1987 een heel restauratieprogramma uitgewerkt waarvan de huidige perfecte toestand van de tuinen het resultaat zijn.
Landgoed en tuinen liggen in het golvend heuvelland met toch nog een altijd veel imposante bomen. Dit landschap met zijn Libanon ceders en steeneiken loopt uit in een vallei die uitnodigt voor een wandeling. Deze wandeling eindigt in het St Roche arboretum van 20 ha groot. Het is op dit gedeelte van het landgoed waar wij hier verder op ingaan. 







Dit arboretum was misschien in het verleden een beetje verwaarloosd. Maar na de zware storm van 1987 toen veel bomen moesten verwijderd worden is de eigenaar met nieuwe aanplantingen begonnen. De oudste aanplantingen gaan echter terug tot in 1830. (Toen werd er in de Zuidelijke Nederlanden blijkbaar een slechte opera opgevoerd.)
Wij treffen ondermeer een indrukwekkende Quercus canariensis van 1845 aan met een pachtige, verbrokkelende schors. Van de impressionante Pseudotsuga menzeisii staan er meerdere exemplaren. Ook van de inlandse conifeer, taxus baccata, staan er hier echt indrukwekkende exemplaren.



Ook van de inlandse conifeer, taxus baccata, staan er hier echt indrukwekkende exemplaren. En gelukkig niet, zoals in Westonbird, teruggesnoeid als lolies. De stam van een echt dikke Quercus x hispanica ‘Lucombeana’ is mooi bedekt met baardmossen. Een Picea smithiana is echt sfeervol met zijn afhangende takken en iets blauwachtig gerijpte naalden. 


Niet direct een plantensoort om in een tuin aan te planten maar die hier wel in alle rust tot volle glorie uit kan groeien. Deze piceasoort heeft trouwens mooi grote kegels. Beeldbepalend is een andere coniferensoort. Een Thuya plicata met vele openvallende stamtakken waar je doorheen kan lopen.
De meeste aandacht worden bij mij echter getrokken door enkele Notofagussen. Een wintergroene Notofagus dombeyi met een omtrek van 3,11 meter. Deze notofagus heeft diepe verticale groeven in zijn bast. De daarnaast staande Notofagus alpina heeft een veel gladdere bast. Maar deze meet dan ook nog maar 1,07 meter in omtrek. Deze notofagus heeft het grootste blad, maar is wel bladverliezend. Dit blad heeft misschien ook het meeste weg van onze beukenblad, maar dan met een nervatuur als een carpinus. Beuk en notofagus hebben echter niets met elkaar te maken. 

Iets verder op staat een Quercus cerris met een omtrek van 4,24 meter en deze is zeer hoog opgeschoten. Carpinus x schuschaensis is voor mij en nieuwe soort. Dit blijkt een kruising te zijn tussen C. Betulus en C. Orientalis. Deze kruising heeft eind oktober nog steeds een zeer mooi gaaf, blinkend blad.
Dit arboretum is misschien niet spectaculair betreffende soortenaantal of oppervlakte maar heeft de perfecte sfeer en heeft de nodige ontdekkingen in peto.
Een arboretum om regelmatig een bezoekje te brengen en nieuwe ontdekkingen te doen.